Inloggen  |  Registreren  |  Wachtwoord kwijt

Een verbod op uitvaren geldt in het geval de omstandigheden voor roeiers, zeilers en/of materieel potentieel gevaarlijk zijn. Roeiers, zeilers en eventuele begeleiders dienen zich voor uitvaren ervan te vergewissen welke omstandigheden op het water worden verwacht voor de periode waarin zij op het water zijn.

Roeiers of zeilers die toch uitvaren, ondanks dat de omstandigheden voor hen gevaarlijk zijn, kunnen door het bestuur al dan niet tijdelijk worden ontheven van de roei- en/of zeilbevoegdheid.

In ieder geval geldt een algeheel vaarverbod bij de volgende (weers-)omstandigheden:

  1. Bij windkracht 7 Beaufort of meer (> 13 meter per seconde ofwel 46 km per uur) en/of wanneer schuimkoppen op het Spaarne staan;
  2. Voor roeiers bij dichte mist als het Spookhuis, op waterhoogte, niet zichtbaar is vanaf het vlot;
  3. Voor zeilers bij dichte mist als de Schoterbrug niet zichtbaar is vanaf de zomerligplaats aan de gemeentesteigers;
  4. Als de buitentemperatuur bij de vereniging lager is dan 0 graden Celsius en/of als ijs(schotsen) ligt/liggen op het Spaarne, de Ringvaart of zijsloten;
  5. Bij ijsgang (vast of los drijfijs op het Spaarne, de Ringvaart of zijsloten;
  6. Bij onweer;
  7. Bij bijzondere gelegenheden. Deze worden door het bestuur afgekondigd.

Een vaarverbod kan worden ingesteld en opgeheven door bestuursleden, de beheerder en de bootsman. Zo nodig kan deze bevoegdheid door het bestuur ook aan andere leden worden toegekend.