Het Spaarne maakt gebruik van de cybernetische methode: leren door vallen en opstaan. Enigszins afhankelijk van talent, leeftijd, fysieke mogelijkheden en de temperatuur van het water begint een pupil in een C1, een ongestuurde éénpersoonsboot met twee riemen. De nadruk ligt op beheersing van de boot en toepassen van de juiste roeitechniek. Het kost behoorlijk wat tijd om de basisroeibeweging onder de knie te krijgen.

 

Heb je deze roeibeweging onder de knie, dan is de tijd rijp voor de eerste proef (examen). Met deze proef wordt bekeken of je het roeien zodanig beheerst dat de vereniging jou een bepaald boottype toevertrouwd. Wanneer je deze proef behaald hebt kun je leren sturen en/of leren roeien in een boot waarbij je per persoon één riem gebruikt, het boordroeien.

 

De eerste opleidingscyclus bestaat uit een theorieproef, één of twee roeiproeven (S2 = scull en B2 =boord) en een stuurproef, na deze basisopleiding kun je zelfstandig in het C-materiaal uitvaren en bijvoorbeeld aan tochten deelnemen. Het is dan zaak de roeibeweging te laten inslijpen door het roeien van kilometers, bijvoorbeeld in ploegverband. Je instructeur of de coördinator kan je op weg helpen.

 

Na een tijdje kun je onder leiding van je instructeur gaan oefenen in een gestuurde gladde boot die qua balans moeilijker is. Ook op dit niveau (=niveau 3) zijn weer twee proeven (scull en boord) te behalen, de ploegroeiproeven. Je bent dan wel een paar seizoenen bezig, roeien is nu eenmaal een gecompliceerde beweging. Bedenk, dat er geen enkele sport is die je zomaar even leert.

 

Als je niveau 3 hebt afgerond, hetzij scullend, hetzij boordroeiend, of allebei, dan staan bijna alle roeimogelijkheden voor je open: het zelfstandig roeien in al het gestuurde gladde materiaal (de 4+ en 8+).

Wil je opgeleid worden op niveau 4, het hoogste roeiniveau (ongestuurd glad roeien), dan word je verondersteld zelf een instructeur te zoeken. Je bent dan al voldoende in de vereniging ingevoerd en bovendien is het wenselijk dat je zelf enkele leerlingen tot en met niveau 2 hebt opgeleid. Overigens kan de keuze voor het ongestuurde gladde materiaal reeds worden gemaakt na afronding van het 2-niveau (alternatieve route).

 

In de meer individuele opleidingssituatie ben je dus aangewezen op en afhankelijk van je instructeur en een goede relatie met hem of haar is van groot belang. Mochten zich hier onverhoopt problemen voordoen aarzel dan niet om hierover met je coördinator contact op te nemen. De coördinator wil graag op de hoogte gehouden worden van je vorderingen en stelt het zeer op prijs als je hier zelf het initiatief toe neemt.