Scullroeiproeven

S1: af te leggen in een gestuurde C2+
Deze proef kan worden gedaan door kandidaten die niet solo zullen gaan roeien. Bij de proef mag één roeier in het bezit zijn van S2 of hoger.

  1. correct instappen en voetenbord afstellen
  2. in lichte en krachtige haal een goede techniek tonen; een soepel doorgaande beweging en goed waterwerk
  3. bootbeheersing en goede balans
  4. gelijkheid en ritme
  5. slippen beide boorden
  6. rondmaken
  7. correct uitstappen
  8. goede behandeling van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat voldoende roeitechniek bezit om onder leiding van een stuurman in C (scull) boten te kunnen roeien.(C2x+ en C4x+).


S2: af te leggen in een C1x

  1. in lichte en krachtige haal een goede techniek tonen; een soepel doorgaande beweging en goed waterwerk
  2. bootbeheersing; goede balans
  3. halend en strijkend aankomen
  4. goede behandeling van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat voldoende roeitechniek en inzicht op het water bezit om zelfstandig in een C1x te mogen uitvaren (mits in het bezit van de St2 proef) onder leiding van een stuurman in een Cx-boot te mogen roeien.

S3: af te leggen in 4* na behalen ST-2 en S2

  1. in lichte en krachtige haal een zeer goede en vaste roeitechniek tonen
  2. halend aankomen
  3. kennis van het materiaal
  4. gelijkheid en ritme en roeibeweging

De proevencommissie moet vinden dat de kandidaat in alle omstandigheden en in elke scullboot een goede techniek kan handhaven. Na het behalen van deze proef mag men in alle gestuurde scullboten uitvaren.

Het is toegestaan de tijdens de proef één roeier die al in bezit is van deze of een hogere proef in de boot te hebben. De ploeg wordt als geheel beoordeeld (het resultaat van de proef is voor alle kandidaten gelijk)
   
S4: af te leggen in een skiff na het behalen van ST-2 en S2 of S3

  1. in lichte en krachtige haal een zeer goede en vaste roeitechniek tonen
  2. halend aankomen
  3. kennis van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat in alle omstandigheden en in alle ongestuurde scullboten een goede techniek kan handhaven. Na het behalen van deze proef mag men in elke scullboot uitvaren.

Boordroeiproeven


B2: af te leggen in een gestuurde C2+

  1. in lichte en krachtige haal op stuurboord (SB) en bakboord (BB) een goede techniek tonen; een soepel doorgaande beweging en goed waterwerk
  2. goede balans
  3. goede behandeling van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat voldoende roeitechniek bezit om onder leiding van een stuurman in C (boord) boten te mogen roeien.

B3: af te leggen in een 4+ na behalen ST-2 en B2

  1. in lichte en krachtige haal op SB en BB een zeer goede en vaste techniek tonen
  2. volledige beheersing van het sturen en het aankomen op een aangegeven plaats
  3. gelijkheid en ritme
  4. goede behandeling van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat in alle omstandigheden en in alle gestuurde boordroeiboten een goede techniek kan handhaven. Na het behalen van deze proef mag men in alle gestuurde boordroeiboten uitvaren.
De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat in alle omstandigheden en in alle gestuurde boordroeiboten een goede techniek kan handhaven. Na het behalen van deze proef mag men in alle gestuurde boordroeiboten uitvaren.
Het is toegestaan de tijdens de proef één roeier die al in bezit is van deze of een hogere proef in de boot te hebben. De ploeg wordt als geheel beoordeeld (het resultaat van de proef is voor alle kandidaten gelijk)

B4: af te leggen in een ongestuurde twee (2-) na het behalen van ST-2 en B2 of B3

  1. in lichte en krachtige haal op stuurboord (SB) en bakboord (BB) een zeer goede en vaste techniek tonen;
  2. volledige beheersing van het sturen en het aankomen op een aangegeven plaats
  3. kennis van het materiaal

De proevencommissie moet van mening zijn dat de kandidaat in alle omstandigheden en in elke boordroei-boot een goede techniek kan handhaven. Na het behalen van deze proef mag men in elke boordroei-boot uitvaren.

Het is toegestaan de tijdens de proef één roeier die al in bezit is van deze of een hogere proef in de boot te hebben. De ploeg wordt als geheel beoordeeld (het resultaat van de proef is voor alle kandidaten gelijk)

Stuurproeven

ST-1
Deze proef is vervallen en wordt toegekend door de instructeur.

ST-2

  1. alle commando's luid en correct
  2. een goede bootbeheersing en overzicht van de situatie op het water
  3. passeren smalle brug
  4. rondmaken in smal vaarwater
  5. achteruit kunnen manoeuvreren c.q. drenkeling manoeuvre
  6. aankomen aan SB- en aan BB-zijde
  7. kennis van de belangrijkste vaarregels en van de verenigingsregels t.a.v. aankomen en wegvaren
  8. het maken van een knoop om de boot vast te leggen (b.v. twee halve steken)

De proevencommissie moet vinden dat de kandidaat onder alle omstandigheden de boot goed beheerst.
Na het behalen van de St-2-proef mogen alle boten gestuurd worden; een "acht" echter dient de eerste vier keer gestuurd te worden onder verantwoordelijkheid van een bevoegde ploeg en ervaren "acht-slag-roeier".
Let op: bij het varen op stromend water dient de stuurman in het bezit te zijn van St-2.

Bevoegdheden

Proef  Nodig  Wat mag je? 
S1 Wherry Theorie Onder begeleiding oefenen. Na St1 mee op toertochten
S2 C1x Theorie Na St2: zelfstandig varen in C-materiaal (scull)
S3 Dubbelvier Gestuurd (4*) St2, theorie en S2 In alle gestuurde scull- verenigingsboten meevaren
S4 Skiff (1x) St2, theorie en S2 Zelfstandig varen en meevaren in alle scull verenigingsboten
B1 C2+ Theorie Onder begeleiding oefenen. Na St1 mee op toertochten
B2 C2+ Theorie Na St2: zelfstandig meevaren in C-materiaal (boord) 
B3  Boordvier Gestuurd (4+) St2, theorie en B2 In alle gestuurde boord- verenigingsboten meevaren (incl. 8+)
B4  Twee-zonder (2-) St2, theorie en B2 Zelfstandig meevaren in alle boord verenigingsboten
St1  Wherry Theorie Proef wordt toegewezen door instructeurs Zelfstandig sturen in de wherry
St2  C4(+/*) Theorie Zelfstandig sturen in alle verenigingsboten
Theorie Voor alle leden vereist om zelfstandig te kunnen roeien



Aanvullende regels volwassenen

  • De proeven worden namens het bestuur afgenomen door de proevencommissies. Het bestuur kan ontheffing verlenen.
  • Onbevoegd een boot afschrijven leidt tot bestuursmaatregelen en/of algehele aansprakelijkheid voor eventuele schade.
  • Er mag worden geoefend in daartoe aangewezen boten voor het volgende niveau. In oefenboten mag ofwel de helft van de bemanning zijn/haar proeven missen ofwel, indien de gehele bemanning het niveau proeven mist, mag er 1 niveau hoger worden gevaren indien de ploeg wordt vergezeld door een instructeur.
  • In eerstgenoemd geval (de helft van de bemanning mist de proef), zit degene in het bezit van de juiste proef in ongestuurde nummers op boeg.
  • Zonder St-2 mag geen gebruik worden gemaakt van de gladde oefenboten.

 
En in de praktijk:
Als je je theorieproef en stuurproef hebt, welke proef moet je dan verder nog hebben om in een bepaalde boot te mogen roeien? Hieronder staan wat voorbeelden.
Let op dat sommige boten zowel voor scullen als voor boordroeien gebruikt kunnen worden. Als de boot niet geriggerd is voor jouw proef, dan mag je er natuurlijk niet in roeien!

Type  Voorbeeld  Proef 
C1x  Mug, Krekel, Sprinkhaan, Meikever, etc.  S2 
Oefenskiff   Dreuzel, Hagrid, Zweinstein, etc.  S2 
Verenigingsskiff  Koolwitje, d’Armandville, Zilveren Maan, Pietje Bell etc.  S4 
Oefendubbeltwee  Taurus, Lyra, Cygnus  S2 
Verenigingsdubbeltwee  Ascanius en Taling S4 
C4*  E. van Orden, Jan Pzn Coen, van Galen etc.  S2 
Oefendubbelvier met  Kenau, Fourtex  S2 
Verenigingsdubbelvier met  Ripperda, Adriaan Pauw S3 
Verenigingsdubbelvier zonder  Adriaan, Beyaert  S4 
C2+  Centurio, Cohort  B2 
C4+  Piet Hein, Witte de With  B2 
Oefentwee zonder  Capricornus  B2 
Verenigingstwee zonder  Impala, Meeuw, Frans le Cocq d'A B4 
Oefenvier met  Jaap Nienhuis   B2 
Verenigingsvier met  Malle Babbe , Geus B3 
Verenigingsvier zonder  Veer, Xinix B4 

De proeven worden op zondag en maandag gehouden. Op zondag altijd om 12.30 uur, op maandag om 18.30 uur. Meld je op tijd! En regel altijd je eigen stuur en zo nodig een boot, ook voor S2 proeven!

Let ook op het maximaal toegestane aantal aanmeldingen voor een bepaalde proef :

  • St2                 12 personen maximaal
  • S2/B2              12 personen maximaal
  • S3/4, B3/4       10 boten maximaal
Wat moet je weten vòòr je je inschrijft voor je proef op niveau 3 of 4:
 

Een kandidaat die via het instructiecircuit komt kan zich inschrijven:

  1. Na het behalen van St2 en tenminste S2 en/of B2
  2. Met een paraaf van de instructeur op het inschrijfformulier voor de gewenste proef
  3. Tenminste 24 uur vòòr het tijdstip van de proefafname
  4. Ploegroeien: beoordeling
    S3:  roeiers worden individueel beoordeeld. Het kan dus voorkomen dat niet de hele ploeg slaagt.
    B3:  roeiers worden als ploeg beoordeeld. De HELE ploeg zakt of slaagt.
    B4:  de hele ploeg wordt beoordeeld; het kan dus niet gebeuren dat 1 kandidaat zakt en de andere slaagt.
    Uitzondering: er vaart 1 roeier in de boot die al in bezit is van B4
  5. Ploegroeien: toegestaan met 1 roeier in de boot die al in het bezit is van de gewenste proef.
    Deze regel geldt voor S3, B3 en B4
  6. Advies:
    A. neem de roeiproeveneisen van te voren goed door met je instructeur
    B. het is wenselijk dat de instructeur aanwezig is bij het doen van de proef.
Voor de ervaren roeier
  1. Om het niveau van roeien te bepalen neemt de kandidaat contact op met het bestuurslid commissaris opleidingen. Die is aanwezig op de loods op de zaterdagen in de even weken van 11.00 tot 12.00 uur om een beleid van instromen te bepalen. Eventueel kan er worden voorgeroeid om te zien of er nog instructie nodig is of dat er direct naar de eerstvolgende proef kan worden verwezen.
  2. Zie verder de bovenstaande regels voor de kandidaten uit het instructiecircuit.
  3. Roeiers die EK, WK of Olympisch-niveau hebben gevaren, "krijgen" alle proeven van de Commissaris Opleidingen.

Proeven agenda