De van toepassing zijnde vaarregels zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Hieronder worden de begrippen en regels behandeld die voor roeien in onze omgeving van belang zijn. Het volledige reglement is opgenomen in de Wateralmanak deel 1 en de VaarAtlas.

 

De behandeling van het BPR blijft hier beperkt tot datgene wat een roeier/stuurman in de dagelijkse praktijk tegen kan komen als hij op Het Spaarne roeit.

Als bijvoorbeeld iemand een toertocht gaat maken op stromend water, dan dient hij het BPR nader te bestuderen op aspecten als stromend water, sluizen, etc.

Het belangrijkste om te onthouden op water is het volgende: je hebt nergens recht op, je hebt de plicht om volgens goed zeemanschap veiligheid voor mens, oever en materiaal te betrachten. Op de weg gaat het verkeersreglement uit van het 'recht' op voorrang, op het water heb je de plicht voorrang te verlenen.

Het is noodzakelijk om zoveel mogelijk stuurboordwal te houden.

 

Algemene bepalingen Schipper

Een schipper dient te voorkomen dat:

- het leven van personen in gevaar wordt gebracht,

- schade aan andere schepen of oevers ontstaat,

- de veiligheid en het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

Een schipper is verplicht om volgens goed zeemansschap af te wijken van de regels van het BPR in het belang veiligheid of goede orde.

Aan de stuurman van een roeiboot of een kleine (< 7m) open zeilschip is geen leeftijdsgrens gesteld.

Bij kleine (< 7m) open motorboten die maximaal 13 km/uur kunnen varen moet de stuurman minimaal 12 jaar zijn (Nonnetje, Catrinus). Hieronder vallen ook kleine zeilschepen met hun buitenboordmotor ingeschakeld.

 

Verlichting

Een roeiboot en een kleine open motorboot/zeilschip dienen ‘s nachts een rondomschijnend wit licht te voeren. Een zeilboot kan bij gevaar van aanvaring een tweede wit licht voeren.

klein_schip_-_wit_licht zeilboot_licht

Een binnenvaartschip voert:

bovenaanzicht_lichtvoering groot_schip_-_licht

  • Een krachtig wit toplicht, dat over een hoek van 225° naar voren schijnt (aan beide boorden 22,5° achterlijker dan dwars), min. 5 meter hoog.
  • Een helder wit heklicht, dat over een hoek van 135° naar achteren schijnt (samen met toplicht 360°)
  • Twee heldere boordlichten, groen aan stuurboord en rood aan bakboord, elk over 112,5° vanaf recht vooruit (samen dezelfde hoek als het boordlicht), op gelijke hoogte, min 1 meter onder het toplicht.

Verlichting dient gevoerd te worden 's nachts en overdag bij slecht zicht.

 

Vaarregels

Het benaderen van boten kan op drie manieren:

  • Tegengestelde koersen: koersen die recht of vrijwel recht tegengesteld zijn.
  • Oplopende koers: het benaderen van een schip uit een richting van meer dan 22,5° achterlijker dan dwars (dit is dezelfde hoek als het heklicht schijnt.
  • Kruisende koersen: overige benaderingen, bij twijfel prevaleert de tegengestelde of de oplopende koers. Oplopend of tegengesteld passeren mag alleen als dat veilig kan.

Een schip dat voorrang heeft dient koers en snelheid te behouden.

 

Regels voor kruisende koersen

  • Bij gelijke schepen heeft het schip van rechts voorrang. Echter met de volgende uitzonderingen:
  • Een schip dat stuurboordwal houdt of aan stuurboord in een vaargeul vaart heeft voorrang
  • Een klein schip (roei, zeil of motor) wijkt voor een groot schip (of pleziervaart wijkt voor beroepsvaart)
  • Een klein motorschip wijkt voor een ander klein schip (roei of zeil)
  • Een roeiboot wijkt voor een kleine zeilboot

Bij zeilboten onderling:

  • Als ze over verschillende boeg liggen heeft de boot met het zeil over bakboord voorrang
  • Als ze over gelijke boeg liggen wijkt het minst hoog aan de wind varende schip (het meest hoog aan de wind varende schip heeft voorrang)

 

Regels voor tegengestelde koersen

  • Beide schepen wijken naar stuurboord. Echter, alle uitzonderingsregels voor kruisende koersen gelden hier ook.

 

Regels voor oplopen

  • Een schip loopt de oploper aan bakboord voorbij, stuurboord mag ook als er ruimte is.
  • Bij zeilboten loopt de oploper aan de loefzijde voorbij.

 

Overige regels

Bijzondere manoeuvres: haven invaren, omkeren, wegvaren, etc. mogen pas uitgevoerd worden als zeker is dat dit veilig kan.

Verkeer op de Molenplas dat richting loods vaart volgt geen vaargeul (er is immers geen beboeiing) en volgt ook niet de stuurboordswal en heeft dus geen voorrang op kruisend verkeer vanaf rechts. 
molenplas 

Bij het in- en uitvaren van een nevenvaarwater (b.v. Heemstedeskanaal) moet je de vaart op het hoofdvaarwater (b.v. Buitenspaarne) voorrang verlenen. Bij kruisend vaarwater is meestal duidelijk wat het hoofdvaarwater is. Als dat niet herkenbaar is, is er een bord geplaatst.

Ook in het waterverkeer geldt een alcoholverbod: vanaf 8 ‰ mag je geen boot besturen.

Een binnenvaartschip heeft een enorme dode hoek. Als jij de schipper niet kunt zien, kan hij jou ook niet zien! Hieronder zie je wat een schipper van duwcombinatie bij slecht zicht ziet.

12713375960

Verenigingsregel
Als twee roeiboten van Het Spaarne varend met tegengestelde koers gelijktijdig onder een brug door willen varen geldt als verenigingsregel dat de boot die richting de loods vaart voorrang heeft. Let op dat deze regel alleen voor roeiboten van Het Spaarne geldt en niet voor bijvoorbeeld Amphitrite.

Brugsignalen

De belangrijkste signalen bij een beweegbare brug zijn:

Signaal

Betekenis

brug_-_enkel_geel


Enkel geel licht of geel bord Aanbevolen doorvaart (met tegenliggers)

brug_-_beide_zijde_dubbel_rood


Dubbel rood aan beide zijden Brug wordt niet bediend, geen doorvaart toegestaan
brug-dubbelrood-doorvaart
Dubbel rood aan beide zijden met enkel geel licht of geel bord Brug wordt niet bediend, doorvaart toegestaan, maar let op tegenliggers.

brug_-_beide_zijde_enkel_rood



Enkel rood aan beide zijden Brug wordt bediend, geen doorvaart toegestaan, ook niet voor roeiboten!

brug_-_beide_zijde_rood_groen




Rood groen aan beide zijden Doorvaart van deze zijde wordt binnen korte tijd toegestaan

brug_-_beide_zijde_enkel_groen



Enkel groen aan beide zijden Doorvaart van deze zijde toegestaan

Roeiboten kunnen onder de gesloten brug doorvaren en mogen dat doen (als de vaart vrij is). Met bovenstaande signalen kan je bepalen wat boten waarvoor de brug bediend wordt gaan doen.

Geluidsseinen

Schepen kunnen onderling of met een brugwachter communiceren met geluidsseinen, hoewel er steeds meer gebruik van de marifoon wordt gemaakt, vooral voor de communicatie met brugwachters.

Voor het varen op het Spaarne zijn de drie belangrijkste geluidsseinen:

Geluidssein Verklaring
Lange stoot Attentie
Lang-kort-lange stoot Verzoek tot bediening van een brug
Korte stoten Aanvaringsgevaar


Verkeerstekens
Langs het Spaarne en de ringvaart tref je de volgende verkeerstekens aan:

bord-max-diepgang    
 Beperkte diepgang Beschikbare diepte (in centimeters) kan worden aangegeven.  
bord-max-hoogte  
 Beperkte doorvaarthoogte Beschikbare hoogte (in meters) kan worden aangegeven 
doorvaartlicht  
Aanbevolen doorvaartopening Tegenliggend verkeer is mogelijk. Als er maar één gat is dient het licht of bord als oriëntatiemidddel. 
 dubbel-doorvaartlicht  
Aanbevolen doorvaartopening  Voor tegenliggend verkeer verboden 
 bord-hoofd-nevenvaarwater  
 Het gevolgde vaarwater is hoofdvaarwater U vaart op hoofdvaarwater en heeft voorrang op het nevenvaarwater
 bord-neven-hoofdvaarwater  
Het gevolgde vaarwater is nevenvaarwater U vaart op nevenvaarwater en bent verplicht het hoofdvaarwater voorrang te verlenen.
bord-doorvaartverbod  
Algemeen doorvaartverbod Bijvoorbeeld boven een bruggat met aan de andere kant dubbel geel licht of een dubbel geel bord. 
bord-niet-draaien  
Verboden te keren   
bord-geen-sportverkeer  
Verboden voor kleine schepen (recreatie)   
bord-max-snelheid  
Maximale vaarsnelheid in km/uur   
hoogteschaal  
Hoogteschaal in meters